Wij aanbidden U, o God
Wij aanbidden U, o God
Wij aanbidden U, o God,
als de Schepper en de Vader.
Met uw overwinnend woord
doet u hemelhoge daden.
Voor uw wereld in haar nood
is uw liefde naamloos groot.
Wij belijden U, o Heer,
als de Redder en de Rechter.
U kwam naar de aarde neer
om de boze te bevechten.
Ja, U overwon de dood.
Uw genade is zeer groot.
Wij verwachten U, o Geest,
als de Helper en de Gever.
Als Gods adem allermeest
blaast U in ons eeuwig leven.
En in onze ademnood
is uw kracht oneindig groot.
Wij aanbidden U, o God,
als de heilige Drie-eenheid.
Wij aanvaarden uw gebod
lief te hebben in uw waarheid.
En bij leven en bij dood
zingen wij: ‘Uw naam is groot.’